Mogelijke gevolgen van El Nino

Al een aantal jaren wordt een heftig El Niñojaar voorspeld, maar het kwam er maar niet van. Tot dit jaar. Volgens berichten in de pers zou de huidige El Niño tot de top drie sinds 1950 behoren. Met name de westkust van Zuid-Amerika en de Galápagos Eilanden hebben te maken gekregen met extreme neerslag. Het zijn vooral de dieren die in en onder water aan hun voedsel komen, die zwaar te lijden hebben onder zo’n extreme El Niño.

Slecht nieuws voor zeeleguanen

Geschat wordt dat ruim de helft van de huidige populatie zeeleguanen deze El Niño niet zal overleven. Om de impact op deze soort zorgvuldig te bestuderen heeft men op de Galápagos de hulp ingeroepen van de Amerikaanse wetenschapper Andrew Laurie.

Donkere wolken pakken zich samen boven Santiago. Foto: Flickr.com/jfgallery (cc).

Al tijdens El Niño van 1982/83 ontwikkelde Laurie een even eenvoudige als inventieve manier om zeeleguanen individueel te kunnen bestuderen. Hij rustte de zeeleguanen die hij wilde bestuderen uit met gekleurde kralen die hij met een plastic draad aan de basis van de kam op hun kop en rug bevestigde. De kleurencombinatie van de kralen gaf iedere zeeleguaan een unieke code.

Andrew Lauries onderzoek leverde een aantal opzienbarende gegevens op. Tijdens de El Niño van 1982/83 verdwenen rood- en groenalgen, die als voedsel voor de zeeleguanen erg belangrijk zijn, nagenoeg geheel. Hun plaats werd ingenomen door veel moeilijker te verteren bruinalgen. Men schat dat 50% tot 70% van de zeeleguanen in 1982-83 het lootje legde. Bovendien werden er in die periode in het geheel geen eieren gelegd en stond hun voortplanting dus helemaal stil.

In de jaren erna trad echter als een soort van natuurlijke reactie een tweetal bijzondere effecten op. Leggen vrouwtjes normaal pas eieren in hun vijfde of zesde jaar, nu begonnen zij zich al op twee- of driejarige leeftijd voort te planten. En bovendien legden de meeste vrouwtjes toen niet zoals gebruikelijk gemiddeld twee maar drie eieren, die bovendien niet hun normale gewicht van circa honderd gram hadden maar slechts 70 tot 80 gram zwaar waren. Het zijn dergelijke effecten die ervoor zorgen dat de populatie zeeleguanen, die geschat wordt op meer dan 200.000 dieren en waarvan meer dan de helft zo’n heftige El Niño dus niet overleeft, zich toch binnen een gering aantal jaren kan herstellen.

In januari 2000 verscheen in Nature een opzienbarende publicatie van de hand van Martin Wikelski (Illinois University) en Corinna Thom (Max Planck Institut, Seewiesen). Ook hun artikel stipt de extreme omstandigheden in een heftig El Niñojaar aan, zoals hoge watertemperaturen, overmatige regenval en het plaatsmaken van rood- en groenalgen voor slecht verteerbare bruinalgen, maar voegt er een zeer interessant gegeven aan toe. Zeeleguanen die afhankelijk van de locatie waar ze voorkomen 75 (Genovesa) tot 135 cm (noordpunt Isabela) lang kunnen worden, verliezen tijdens zo’n heftige El Niño ongeveer zeven centimeter aan lengte door in te teren op hun bot- en steunweefsel. Maar ook hier geldt dat zij zich opvallend snel herstellen en na een jaar of twee al weer op lengte zijn. Volgens de auteurs doen zich vergelijkbare effecten voor bij astronauten die gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.                                                      

Goed nieuws voor landleguanen

En de landleguaan dan? Heeft die net als de zeeleguaan ook te lijden onder El Niño? Per slot van rekening zijn land- en zeeleguaan aan elkaar verwant en stammen zij waarschijnlijk af van één gezamenlijke voorouder, namelijk van een op de groene leguaan gelijkende stammoeder die ooit zwanger en wel op een drijvende boomstam of plag vegetatie de “toevallige” oversteek van het vasteland van Zuid- of Midden-Amerika maakte naar de Galápagos Eilanden.

Anders dan de zeeleguaan ziet de landleguaan El Niño echter maar wat graag komen. De hoge temperaturen en overvloedige neerslag zorgen immers voor een weelderige landvegetatie en dus juist voor een overvloed aan voedsel. Tot voor kort werden op de Galápagos Eilanden twee soorten landleguanen onderscheiden. De gele landleguaan Conolophus subcristatus die op een groot aantal eilanden voorkomt, en de Santa Fé landleguaan C. pallidus die alleen op het eilandje Santa Fé wordt aangetroffen. Daar is een derde soort bijgekomen, de paarse landleguaan C. marthae die rond de top van vulkaan Wolf in het noorden van Isabela voorkomt en sinds kort op basis van genetisch onderzoek als aparte soort wordt beschouwd. Ook de gele landleguaan komt trouwens voor op en rond de top van de vulkaan Wolf en al enkele jaren wordt onderzoek gedaan naar de wijze waarop beide soorten daar kunnen samenleven zonder dat één van twee er onderdoor gaat.

Zeeleguanen op Santiago. Foto: Flickr.com/jfgallery

Zoals eind 2015, toen een team van de Universiteit Tor Vergata de Roma en Galápagos NP de vulkaan Wolf beklom voor een vervolgonderzoek. Een aantal voorlopige resultaten op een rij. Beide soorten, de gele en paarse landleguaan, komen er naast elkaar voor, zij het dat de paarse in de minderheid is. Hun populatie telt slechts een kwart van de dieren van die van de gele soort. Toch lijkt de paarse populatie zich goed te kunnen handhaven en dat zou onder meer wel eens kunnen komen door een opvallend verschil in eetgewoonten. De gele landleguaan foerageert weinig selectief, terwijl de paarse veel kieskeuriger te werk gaat. Jonge landleguanen voeden zich trouwens hoofdzakelijk met insecten en andere geleedpotigen en worden pas na enkele jaren echte vegetariërs, een gedrag wat ook bij de groene leguaan op het vasteland wordt waargenomen.

Opvallend is verder dat beide soorten zich in hetzelfde gebied voortplanten en reken maar dat op de hellingen van vulkaan Wolf, wellicht tot in de krater, een felle strijd plaatsvindt voor de beste plekken om nestholen te graven. En dus maakt het onderzoeksteam zich zorgen om het welzijn van met name de populatie paarse landleguanen. Vooral omdat men geen enkel jong dier aantrof. Het onderzoek is dan ook tevens een voorbereiding op een speciaal fokprogramma in gevangenschap om zo de populatie paarse landleguanen te verzekeren van een veilige toekomst.