Vriendendag 2015

Lees hier het verslag van de Vriendendag 2015, die in het teken stond van een boeiende lezing van dr. Henry Nicholls, auteur van een boek over Lonesome George, de laatste reuzenschildpad van zijn soort, die in 2012 overleed.

Door drs. Frans Engelsma, secretaris van de Stichting Vrienden van de Galapagos Eilanden

“The Legacy of Lonesome George”

De titel van de Vriendendaglezing 2015, op zaterdag 10 oktober, trekt ruim veertig Vrienden naar het Universiteitsmuseum Utrecht. Een mooie locatie aan de rand van de oude binnenstad en gastspreker Henry Nicholls, evolutionair bioloog, auteur en redacteur van onder andere Galapagos Matters, geniet van de wandeling onder de Domtoren door er naartoe. Omdat de voorzitter, professor Antoine Cleef, verhinderd is, heet vice-voorzitter Ans Thurkow de aanwezigen van harte welkom om vervolgens het woord te geven aan Ruud Moesbergen, educatief medewerker van het museum. Die legt uit dat het Universiteitsmuseum zich vooral richt op familiebezoek en dat met name kinderen er van alles kunnen leren over bijvoorbeeld licht en geluid en de wijze, waarop de zintuigen van mens en dier daarop inspelen. Ook wijst hij op de Oude Hortus, een fraaie binnentuin met in de historische kassen een Victoria amazonica die op de dag van ons bezoek op het punt staat om in volle bloei uit te barsten, en in de tuin een ruim 250 jaar oude Ginkgo biloba oftewel Japanse Eendenpootboom.

“Wie heeft Lonesome George wel eens gezien?”

De spreker, dr. Henry Nicholls. Foto: Henk Hageman.

Heel wat handen gaan omhoog, als Henry Nicholls met deze vraag zijn presentatie aanvangt, maar men moet dan wel het Charles Darwin Research Station (CDRS) bij Puerto Ayora vóór 24 juni 2012 bezocht hebben. Op die datum werd Lonesome George immers dood in zijn verblijf aangetroffen, de laatste reuzenschildpad van Pinta, een 60 km² groot eiland gelegen in de noordelijke uithoek van de Galápagos archipel. Hij werd ontdekt in december 1971 door een slakkenbioloog die er onderzoek deed, in maart 1972 opnieuw opgespoord en overgebracht naar Santa Cruz, waar hij een eigen verblijf kreeg in het CDRS aan de rand van Puerto Ayora.

Lonesome George was dan wel de laatste reuzenschildpad van Pinta, maar niet de enige die er door de mens werd aangetroffen. In 1876 werd een viertal mannetjes, verzameld en levend op transport gezet, hoewel geen van hen de overtocht naar Engeland overleefde. Dertig jaar later, in 1906, werd een drietal Pinta-mannetjes in opdracht van de California Academy of Sciences gevangen. Deze werden aan de museumverzameling in San Francisco toegevoegd. Aan de hand van het dna-materiaal van deze drie kon bijna een eeuw later worden vastgesteld dat Lonesome George een echte Pinta-schildpad was. In 1901 financierde de Britse Lord Walter Rothschild een expeditie naar de Galápagos Eilanden, tijdens welke op Pinta een flink uit de kluiten gewassen mannetje en een klein, eenogig vrouwtje werden aangetroffen en afgevoerd naar Engeland om na Rothschilds dood in de verzameling van het National History Museum terecht te komen.

Toch kun je je afvragen, of Lonesome George wel echt de enig overgebleven reuzenschildpad op Pinta was, toen hij er in 1972 werd gevangen en afgevoerd. In juli 1976 zag een bioloog in een kloof op Pinta de stoffelijke resten van een grote schildpad, een mannetje dat gelet op de staat waarin het verkeerde, redelijk kort daarvoor moet zijn gestorven. En in maart 1981 trof Linda Cayot, medewerkster van het CDRS, tijdens een botanische inventarisatie op Pinta een schildpaddendrol aan, weliswaar uitgedroogd maar er zo te zien redelijk recent gedeponeerd.

Lonesome George als symbool voor natuurbehoud

Vriendendag 2015 in het Universiteitsmuseum te Utrecht. Foto: Azarja Harmanny

In de ruim veertig jaar dat Lonesome George in het CDRS bij Puerto Ayora al of niet te zien was (hij had de slechte gewoonte om zich regelmatig niet te laten zien), heeft hij zich ontwikkeld tot de meest bekende schildpad ter wereld. Met zijn zadelvormig rugschild en lange nek zag hij er heel anders uit dan de reuzenschildpadden die de toeristen in het hoogland van Santa Cruz of elders in het onderzoeksstation tegenkwamen. Die hadden immers een koepelvormig rugschild en een kortere nek. Maar ja, die komen al grazend aan hun voedsel, terwijl de schildpadden met een zadelvormig schild in hun leefgebied nauwelijks gras tegenkomen en leven van de blaadjes aan bomen en struiken èn van delen van grote cactussen. De vorm van het schild paste zich aan die omstandigheden aan.

Maar wat doe je als je een uniek dier als Lonesome George, de laatste reuzenschildpad van Pinta, in je collectie hebt? Precies, je probeert er nakomelingen van te krijgen, geen gemakkelijke taak als je bedenkt dat er in de hele wereld geen Pinta-vrouwtje beschikbaar was. Maar je kunt natuurlijk kiezen voor een next-best oplossing en dat heeft men in het CDRS gedaan. In 1992 besloot Linda Cayot, inmiddels opgeklommen tot hoofd reptielen van het CDRS, om Lonesome George zijn pas gereed gekomen nieuwe verblijf te laten delen met een tweetal vrouwtjes, afkomstig van de hellingen van vulkaan Wolf, de meest noordelijke op Isabela. Een logische keuze, want volgens de nieuwste inzichten zouden zij verwant zijn aan de schildpadden die ooit het ruige Pinta bevolkten.

In het begin gedroeg Lonesome George zich bepaald afstandelijk en leek het er niet op dat het samenzijn van hem en beide vrouwtjes enig succes zou opleveren. Maar in de jaren die erop volgden kreeg men meer hoop, vooral omdat verschillende malen in het verblijf eieren werden aangetroffen, netjes in het zand begraven zoals het reuzenschildpadden betaamt. Uiteindelijk leverde het niets op, want in geen van de gevallen waren die eieren bevrucht en paringen waren ook al niet waargenomen.

In het voorjaar van 1993 kwam daar een poging van geheel andere aard bij. De Zwitserse biologe Sveva Grigioni probeerde in de vier maanden dat zij in het CDRS doorbracht, zaad van Lonesome George af te nemen. Iets wat bij tal van  andere diersoorten, tot olifanten aan toe, al met succes was gelukt. Het hielp in zoverre dat Lonesome George meer aandacht kreeg voor zijn vrouwtjes en zelfs pogingen deed om met hen te paren. Maar verder dan een “coïtus interruptus” kwam hij niet en toen “Lonesome Georges vriendin”, zoals Sveva op Santa Cruz werd genoemd, na vier maanden terug ging naar Europa voor haar promotieonderzoek, verviel Lonesome weer in zijn oude lethargie.

Nog tien soorten reuzenschildpadden op de Galápagos

Naar men aanneemt kwamen er ooit 14 of 15 verschillende soorten reuzenschildpadden voor op de Galápagos Eilanden. Werden zij vroeger nog als ondersoorten of rassen beschouwd die tot één en dezelfde hoofdsoort behoorden, tegenwoordig denkt men dat zij zoveel van elkaar verschillen dat ze als aparte soorten worden beschouwd. Het is dus zaak die soorten zuiver te houden en te voorkomen dat bastaardering, bijvoorbeeld in een onderzoeksstation zoals het CDRS op Santa Cruz, te voorkomen. Verwarrend kan ook de wetenschappelijke naamgeving zijn die men hanteert. Voorheen werd vaak de geslachtsnaam Geochelone gehanteerd, met soorten over de hele wereld. Tegenwoordig echter hanteert men de geslachtsnaam Chelonoidis, waartoe de reuzenschildpadden van de Galápagos behoren en een beperkt aantal schildpadden van het vasteland van Zuid-Amerika.

Lonesome George behoorde dus tot de soort Chelonoidis abingdoni, de reuzenschildpad van het eiland Pinta, dat vroeger de Engelse naam Abingdon droeg. Van die 14 of 15 soorten zijn er vijf uitgestorven, namelijk de reuzenschildpadden van Floreana, Fernandina, Rabida, Santa Fé en, sinds 24 juni 2012, Pinta. De soort van Santa Fé is trouwens discutabel, omdat hij daar wellicht door toedoen van de mens en niet op natuurlijke wijze is verzeild geraakt. Vandaar dat wordt gesproken van 14 of 15 oorspronkelijke soorten.

Hoe en wanneer hebben de reuzenschildpadden de Galápagos Eilanden gekoloniseerd? De archipel is zo’n vier miljoen jaar oud. Dat wil zeggen de meest oostelijke eilanden, Española en San Cristóbal, de andere eilanden zijn een stuk jonger en het meest westelijk gelegen, Fernandina, is nog een jonkie van tussen de 35.000 en 70.000 jaar. Maar tussen de Galápagos Eilanden en het vasteland van Zuid-Amerika bevindt zich nog een aantal sterk verweerde, onder water verdwenen eilanden die tussen de vijf en 14 miljoen jaar oud zijn. Al die eilanden, ook de onderzeese, kunnen een rol gespeeld hebben bij de kolonisatie van soorten die zich in de loop van miljoenen jaren op de Galápagos heeft voorgedaan.

DNA-onderzoek toont aan dat de reuzenschildpadden van de Galápagos Eilanden verwant zijn aan een beduidend kleinere schildpaddensoort die voorkomt in het grensgebied van Argentinië, Paraguay en Bolivia, genaamd Geochelone chilensis. Voorouders van deze soort of wellicht slechts één enkel drachtig vrouwtje moeten dus bij toeval een aantal miljoenen jaren geleden de archipel bereikt hebben. Ook hier geeft DNA-onderzoek aan dat van de huidige eilanden Española en/of San Cristóbal het eerst bevolkt werden en vandaar de overige eilanden, waar zij voorkomen of voorkwamen. Hoe zullen wij nooit precies weten, maar wetenschappers denken in de richting van rafting, op een vlot in de vorm van een boomstam, tak of grote pluk vegetatie en daarbij geholpen door gunstige zeestromen.

Verspreiding van de reuzenschildpadden op de Galápagos Eilanden. Copyright Henry Nicholls

Het kaartje hiernaast toont aan, hoe die verdere verspreiding moet hebben plaatsgevonden en hoe de schildpadden de verschillende eilanden met hun zo uiteenlopende biotopen hebben bevolkt. In de loop van de tijd zijn zij daarbij niet alleen uitgegroeid tot wat wij nu reuzenschildpadden noemen, maar ook hebben zij zich aangepast aan de verschillende leefomstandigheden op die eilanden. Waarbij dus twee lijnen zichtbaar zijn geworden. De ene heeft geleid tot schildpadden met een koepelvormig rugschild op eilanden met een weelderige bodembegroeiing, waar zij al grazend aan de kost komen. De tweede vorm, met het bekende zadelvormige rugschild (waaronder Lonesome George), komt voor op veel drogere eilanden met een schaarse bodembegroeiing, waar de schildpadden zich voeden met blad van bomen en struiken en delen van boomcactussen. Daarbij moeten zij letterlijk hun nek uitsteken, iets wat de vorm van hun rugschild dus mogelijk maakt.

De pijlen op het kaartje suggereren een nauwe verwantschap tussen de schildpadden van Española en Pinta (beide soorten hebben een zadelvormig rugschild!), iets wat door DNA-onderzoek wordt onderstreept. Opvallend is dat die pijl rechtstreeks naar Pinta leidt, een lange oversteek die waarschijnlijk mogelijk was door het patroon van gunstige zeestromen in de archipel. En dan zijn er nog de gestippelde lijnen die van Española en San Cristóbal naar de noordpunt van Isabela leiden. Die lijnen, voor de duidelijkheid links en rechts om de archipel heen getekend, geven aan dat ook de mens de hand heeft gehad in de verspreiding van de reuzenschildpadden. De boekaniers en walvisvaarders in de 17e, 18e en 19e eeuw namen maar al te graag een flinke lading schildpadden mee aan boord om op hun lange reizen verzekerd te zijn van vers voedsel. De dieren hielden het immers maanden uit zonder voedsel of water. Soms echter werd een deel van de lading schildpadden om wat voor reden dan ook overboord gezet en wisten in ieder geval sommige dieren al zwemmend weer aan land te komen. Iets wat zich met name lijkt te hebben afgespeeld in de wateren rond de noordpunt van Isabela met het gevolg dat juist daar een aantal schildpadden met typisch Española-genen voorkomt. Wie weet is het dus nog steeds mogelijk om Pinta-achtige schildpadden voort te brengen, daarbij gebruik makend van een selectie van schildpadden afkomstig van Española en in het bijzonder van vulkaan Wolf op Isabela. Of zou er toch nog kloonbaar materiaal van Lonesome George beschikbaar zijn? Helaas is dat nauwelijks aannemelijk.                     

De erfenis van Lonsesome George

Na zijn dood op 24 juni 2012 is Lonesome George diepgevroren en zorgvuldig verpakt overgebracht naar het American Museum of Natural History in New York. Daar heeft men hem ontdooid, nauwkeurig opgemeten en in een zeer natuurgetrouwe replica vereeuwigd (zie www.amnh.org en typ in Lonesome George). Volgens de website van het museum wordt de replica van Lonesome George al vanaf najaar 2014 in het museum tentoongesteld om daarna (wanneer staat er nog niet bij) naar Ecuador te worden overgebracht. Waar hij dan te zien zal zijn, is op dit moment nog niet bekend, maar je mag toch hopen dat hij een permanente plaats in het CDRS zal krijgen, de plek waar hij 40 jaar van zijn leven heeft doorgebracht en waar hij een symbool voor natuurbehoud op de Galápagos is geworden.

De reuzenschildpadden die zo onlosmakelijk verbonden zijn met de Galápagos Eilanden, zijn de architecten van het landschap waarin zij leven. Niet alleen door de wijze waarop zij zich een weg banen door de vaak ruige en dichte vegetatie, maar ook door hun foerageergedrag en de verspreiding van zaden, waardoor zij de vegetatie vormgeven en zorgen voor het voortbestaan van de planten waarmee zij zich voeden. Zoals zoveel planteneters houden zij als het ware hun eigen provisiekast in stand.

Daarmee is meteen duidelijk dat de geiten die door toedoen van de mens op tal van eilanden voorkwamen en op een aantal nog steeds voorkomen, als voedselconcurrent funest voor hun voortbestaan van de reuzenschildpadden kunnen zijn. Het is dus van groot belang dat alle eilanden in de archipel “geitvrij” worden gemaakt, een project dat al sinds de jaren negentig van de vorige eeuw loopt en waaraan de Vrienden eind vorige en begin deze eeuw financieel hebben bijgedragen.

Maar ook de bestrijding van muizen en ratten die net zo min als de geiten van nature in de Galápagos thuishoren, is van groot belang. Met name ratten doen zich immers maar wat graag te goed aan de eieren van reuzenschildpadden en aan hun pas uitgekomen jongen. Dankzij de hulp van een Amerikaanse producent van verdelgingsmiddelen is men er gedurende de laatste jaren in geslaagd een aantal kleine eilanden, o.a. Bartolomé, Rábida, South Plaza en Pinzón, vrij te maken van muizen en ratten. Daarbij was het zaak te voorkomen dat andere soorten, zoals Galápagosbuizerd en landleguaan, ook slachtoffer zouden worden, bijvoorbeeld als zij zich tegoed zouden doen aan met gif besmette resten van ratten en muizen. Genoemde soorten werden gevangen en tijdens de operatie in afgesloten verblijven ondergebracht.

Het zijn slechts enkele voorbeelden, maar zij maken wel duidelijk welke inspanningen het zal kosten om de toekomst van al die unieke soorten die je aantreft op de Galápagos, veilig te stellen. En hoe zou je dat beter kunnen doen dan in een educatie-paviljoen in het CDRS op Santa Cruz, waar rondom die fraaie replica van Lonesome George voor de jaarlijks meer dan 200.000 bezoekers verleden, heden en toekomst van de Galápagos Eilanden worden uiteengezet.